12 maart 2025

Betere schadeafhandeling bepleit

In het juist verschenen nummer van S&D van de Wiardi Beckman Stichting kraken Gerrit Dijkstra (universitair docent aan de Universiteit Leiden) en Frits van der Meer (emeritus-hoogleraar Comparative Public Sector and Civil Service Reform) kritische noten over de afhandeling van mijnbouwschade. Beargumenteerd bepleiten ze te kiezen voor een algemene wettelijke regeling naar voorbeeld van het Groninger model. Dat zou landelijk moeten gelden voor alle vormen van mijnbouw. Gedupeerde zouden zich moeten kunnen melden bij een publiekrechtelijk 'algemeen Instituut Mijnbouwschade' naar voorbeeld van het huidige Instituut Mijnbouwschade Groningen. "Daarbij dient inhoudelijk ook de omgekeerde bewijslast te gelden, zodat de gedupeerde niet de dubbele causaliteit dient aan te tonen. Als de gedupeerde het niet eens is met het besluit, staat de weg open naar de, laagdrempelige, bestuursrechter." Lees het hele artikel hier.

02 maart 2025

Ongelijke schadeafhandeling

In Veendam wint het bedrijf Nedmag magnesiumzout uit de Groningse bodem. De bodemdaling beloopt al meer dan 60 cm en er zijn rond 250 schademeldingen geteld, maar tot schadevergoedingen kwam het nog niet. Bij alle onderzochte schades blijkt namelijk dat deze niet rechtstreeks aan de zoutwinning toe te wijzen zijn, aldus Nedmag.

Maar er zijn uitzonderingen, bleek maandag in het radioprogramma 'Dijkstra & Evenblij ter plekke'. Het dorp Borgercompagnie ligt in het zoutwingebied, maar óók binnen de contouren van het Groninger aardgaswinningsgebied. Dáár worden schades niet behandeld door de Commissie Mijnbouwschade, maar door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) - en die werkt op basis van omgekeerde bewijslast. IMG keert schades uit, om de kosten vervolgens te verhalen op de veroorzaker(s). Die ongelijkheid blijkt voor sommige inwoners dus gunstig uit te pakken.

20 februari 2025

Afscheid bestuursleden

Gisteravond is in informele setting afscheid genomen van twee bestuursleden van de Stichting Bescherming Historisch Harlingen. Marga Funk was vanaf het allereerste begin, in 2017, betrokken bij de SBHH, als huiseigenaar én als vertegenwoordiger vanuit het bestuur van de 'moederorganisatie' Vereniging Oud Harlingen. Zij regelde feitelijk ook de formele oprichting van de stichting. Inmiddels wordt Oud Harlingen vertegenwoordigd door Jolanda Walta.
De SBHH zal nog afscheid nemen van Hans Otten. Hij kon niet aanwezig zijn maar was eveneens afgevaardigde vanuit Oud Harlingen. Hans was jarenlang secretaris van het bestuur en lid van de werkgroep Meetgegevens. 
Bianca Hiemstra schoof in februari 2020 aan als potentieel nieuw bestuurslid. Met haar achtergrond bij Wageningen University & Research, en ervaring als projectingenieur bodem leverde zij inhoudelijke input aan de SBHH.

18 februari 2025

Schademotie in stemming

In de Eerste Kamer ligt de nadruk ligt op de rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de wet. In dat kader wijst OPNL-Senator Auke van der Goot erop dat de lusten van de mijnbouw voor de Staat zijn en de lasten voor de regio. "Het is veel te gemakkelijk om (...) de bewijslast bij burgers en de lokale overheden te leggen", stelt hij, "want het is de Nederlandse staat die bepaalt waar de mijnbouw plaatsvindt." 

Vandaag komt zijn motie in stemming: 'De Kamer, (...), constaterende dat er vijftig jaar na het beëindigen van de mijnbouwactiviteiten in Zuid-Limburg nog steeds geen schadeloket is opgericht voor gedupeerden; overwegende dat schaderegelingen voor mijnbouwactiviteiten in de noordelijke provincies erg ingewikkeld zijn; spreekt uit dat mijnbouwactiviteiten altijd gepaard moeten gaan met een toegankelijke, toereikende en tijdige schaderegeling, bij voorkeur door middel van één loket, (...).'

13 februari 2025

Loketten funderingsschade

Door de toenemende ouderdom van de 'gebouwenvoorraad' in ons land, maar ook door het veranderende klimaat én door bodemdaling hebben steeds meer mensen schade aan de fundering van hun woning. Inmiddels hebben circa 425.000 gebouwen te maken met matige of ernstige funderingsschade, of gaan ze hier de komende tien jaar mee te maken krijgen.

Politiek Den Haag werkt daarom aan een "uitvoerbare en rechtvaardige aanpak" van de nationale funderingsproblematiek. Partners hierbij zijn onder andere Kadaster, Deltares en TNO. Er wordt onder meer gedacht aan het gebruik van satellietdata en aan gegevens uit de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Uiteindelijk moet dit leiden tot een landelijke voorziening voor informatie over de fundering van gebouwen en de bodem. Al deze gegevens kunnen ook nuttig blijken om de effecten van de zoutwinning op de Harlinger ondergrond te duiden.

11 februari 2025

Daling door zout of gas?

In het Waddengebied is bodemdaling door mijnbouw maar beperkt toegestaan. Verschillende mijnbouwbedrijven, waaronder Frisia, kregen middels hun concessies een stukje van de te verdelen 'bodemdalingstaart' toegewezen. Nu gasproducent Vermilion is gestopt met gaswinning uit het Zuidwalveld en het gasbehandelingsstation in Harlingen ontmantelt, laat Frisia haar oog vallen op een resterende oude concessie van Vermilion: die voor het gasveld Pollendam. Wanneer die concessie niet wordt gebruikt scheelt dat bodemdaling, en die onbenutte ruimte zou Frisia dan - eventueel voorlopig - kunnen benutten voor extra zoutwinning.

Definitief afzien van de concessie Pollendam wil Vermilion echter niet: “Gaswinning onder de Waddenzee is voor ons nog steeds een project." Het bedrijf  overweegt een schadeclaim tegen het Ministerie van Klimaat en Groene Groei als gasveld Pollendam opgegeven moet worden.

06 februari 2025

Herziening wet deels 'on hold'

De huidige Mijnbouwwet dateert uit 2003. Sindsdien zijn er allerlei ontwikkelingen: denk aan de beoogde geothermie en opslag van waterstof in zoutcavernes. Tegelijk zijn zorgen van omwonenden toegenomen en neemt draagvlak voor mijnbouw steeds verder af. In januari 2023 schetste staatssecretaris Vijlbrief daarom in een 'Contourennota' een herziening van de Mijnbouwwet met aanvullende voorwaarden voor een veilig en financieel, maatschappelijk en ruimtelijk verantwoord gebruik van de diepe ondergrond, óók nadat het gebruik is gestopt.

Het huidige kabinet wil echter geen wijzigingen doorvoeren in de bevoegdheden van overheden, meldt een Kamerbrief, en evenmin verdere differentiatie van regelgeving per type gebruik van de ondergrond. Daarmee wijkt ze af van de inzet van het vorige kabinet zoals verwoord in de Contourennota. 

10 januari 2025

Voldoende geld voor nu en later

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) is bezorgd over de financiële draagkracht van mijnbouwbedrijven voor onverwachte gebeurtenissen, het afbreken van installaties en het goed achterlaten van de omgeving. SodM ziet toe op een zorgvuldige omgang van mijnbouwbedrijven met de veiligheid van mens en milieu "en dat kan alleen als ze daar geld voor reserveren', schrijft SodM in het jaarplan 2025. Anders staat immers de belastingbetaler aan de lat, en dat is niet de bedoeling.

SodM doet daarom in 2025 onderzoek naar problemen met toekomstige kosten, onder andere bij zoutwinning. "Ook als het bedrijf gestopt is met het werk heeft het nog plichten", schrijft SodM. "De kosten (...) kunnen hoog zijn. Voor sommige bedrijven is de financiële uitdaging groot." Ondernemingen moeten voldoende geld hebben om zich aan hun plichten te houden, stelt SodM.

02 januari 2025

Als de overheid faalt

In opdracht van de 'Staat van de Uitvoering' schreven universitair docenten mr.dr. G.S.A. Dijkstra en prof.dr. F.M. van der Meer 'Van euforie tot misère: wat valt er te leren uit ‘affaires’?' De Staat van de Uitvoering is een interdepartementaal project over de ernstige problemen in de uitvoering van overheidsbeleid, met als gevolg een groot aantal gedupeerden. 

De auteurs analyseren de vastgelopen afhandeling van de aardbevingsschade Groningen en vergelijken die met andere 'affaires' zoals de vuurwerkramp in Enschede, mijnbouw in andere gebieden dan Groningen, de Toeslagenaffaire en het Post Office-schandaal in het Verenigd Koninkrijk. Welke lessen kan de 'systeemverantwoordelijke' overheid hieruit trekken? En hoe kom je tot een adequate afhandeling in het geval opnieuw - bijvoorbeeld door de zoutwinning bij Harlingen - grootschalig schade zou ontstaan?